fbpx

Module 2 van de opleiding tot (Zuid-Tiroler) wandelgids

Pyrenäische Drachenmaul

Niet echt het mooiste bloemetje op de alpenweide. Maar wel de eerste test van Manfred Föger voor ons. Uiteraard had ik me al een beetje voorbereid en wist ik zeker dat het wilde salie was (Wiesen Salbei). Na nog een paar pogingen blijkt het Pyrenäische Drachenmaul te zijn. Tamelijk zeldzaam in de Dolomieten en met name te vinden in het Villnösstal. En hiermee startte module 2 van de opleiding tot wandelgids. In verband met het te verwachten onweer in de middag, hebben we 's ochtends een excursie met Manfred. Bioloog uit Innsbruck. Voor mij fijn, want te verstaan 🙂

Op het gebied van de alpenflora kan ik redelijk goed meekomen. Niet raar, want ik ben de week ervoor iedere dag met Annette op pad geweest en die heeft me continu overhoord. Wat is dat? Euh, Arnika? Nee, nee, let nou eens op! Oranje Havikskruid natuurlijk. Maar het heeft dus wel geholpen.

Ik heb erg uitgekeken naar deze module over flora, fauna en geologie. En voor het onderdeel flora m'n camera maar weer 'ns uit het 'vet' gehaald. Bloemetjes zijn altijd een dankbaar onderwerp, want zitten lekker stil. En bloemen zijn vaak kleurig, waardoor je al snel een aardige foto hebt. Dat sterkt mij in het idee dat er best een markt zal zijn voor een fotografiereis naar de Dolomieten. Vanavond maar 'ns uitwerken!

Aan het eind van de eerste dag komt Alessia naar me toe. Of we nog tijd hebben om een Instagram foto te maken. Ik ben benieuwd wat ze bedoelt en ze legt me uit dat er een paar plekken in de Dolomieten zijn waar de toeristen met volle bussen gedropt worden, een foto maken en een half uur later weer vertrokken zijn. Een grote frustratie voor de Südtiroler, want enerzijds is het bijna niet meer mogelijk om 'ongestoord' te genieten van deze bijzondere plekken en anderzijds levert het de plaatselijke bevolking niets op. 'The Dolomites in one day'! Past mooi in de serie 'Europe in one week'.

Nu ken ik een aantal van deze plekken, zoals de Drei Zinnen, de Pragser Wildsee en de Langkofel (Sasso Lungo). Maar in het Villnösstal blijkt het kerkje van San Giacomo te staan. En als we er naartoe rijden, herken ik het ook. Tsja, ik begrijp het wel. Een fantastisch uitzicht op de Geisler met op de voorgrond een pittoresk kerkje.

Nu heb ik het al eerder gezegd: 'Corona heeft ons ook het een en ander gebracht'. Naast het feit dat wij 3 maanden in Zuid Tirol konden wonen en werken, blijven vooralsnog de transatlantische gasten weg. Geen Chinezen, Japanners en Amerikanen. Ik hoop voor de mensen die in het toerisme werken, dat er weer meer toeristen komen. Maar eigenlijk ben ik ook wel blij dat het enigszins rustig is. Later in de week hebben we het nog over duurzaamheid. De overwegende mening binnen de groep is toch wel dat de grens van het aantal toeristen bereikt is. In ieder geval in juli en augustus. Dat sluit mooi aan bij mijn idee om wandelreizen met name in het voorjaar en het najaar te organiseren. Rustig, niet te warm en zowel in het voor- als in het najaar zijn de Dolomieten misschien wel op hun mooist.


Fauna

De volgende dag staat in het teken van fauna. Dat is natuurlijk lastiger dan flora. Want de diertjes blijven niet stil zitten tot wij er zijn. Maar gelukkig weet Lena Schober (biologe uit Ritten) ons te boeien met onder andere haar verhalen over sneeuwhoenderen. Lena blijkt dé hoenderexpert van Zuid Tirol te zijn. En net klaar met de jaarlijkse telling van de sneeuwhoenderen. Dat tellen doen ze door om 5 uur 's ochtends boven op een berg of pas te gaan zitten en te luisteren naar de roep van het sneeuwhoen. Dat betekent dus ook: rond 00:00 uur op pad! In de middag ontspint zich een discussie over de wolf. Net als in Nederland is er veel te doen om de wolf. Het merendeel van de bevolking is blij dat de wolf er is, maar met name de boeren verzetten zich fel en willen de wolven terugdringen tot een beperkt leefgebied. Ergens ook begrijpelijk, maar het is lastig als de discussie alleen gaat over 'niets doen' of 'afschieten'. Terwijl er ook iets te zeggen is voor het subsidiëren van de inzet van herders met herdershonden. Zoals in de Pyreneeën, de Abruzzen en andere 'wildere' gebieden. Natuurlijk kost dat geld, maar het is ook een kans om een uitgestorven beroep nieuw leven in te blazen. Nou ja, ze/we zijn nog lang niet uitgepraat...

's Avonds gaan we met een groepje de Maurerberg op voor de zonsondergang. Doel was eigenlijk de Peitlerkofel, maar dat is een goede 2-3 uur lopen en er wordt wederom onweer verwacht. Het is leuk om ook buiten de opleiding met mijn mede cursisten op pad te zijn. En zoals eerder gezegd, leer ik van deze geboren Südtiroler misschien nog wel meer dan van de opleiding zelf.


Afrika

De laatste dag gaat over geologie. Christian Sordo (Berggids en geoloog) geeft een algemene inleiding en gaat vervolgens natuurlijk specifiek in op de geologie van de Dolomieten. Vreselijk interessant, maar ook moeilijk en veel. In ieder geval voor niet-geologen. Ik had een aantal jaren geleden al meegekregen dat de Dolomieten ontstaan zijn uit een oude tropische binnenzee. Waarbij de pieken, zoals de Drei Zinnen, de overblijfselen zijn van enorme koraalriffen. Maar ook dat de Dolomieten hun naam hebben gekregen doordat het gebergte voornamelijk uit Dolomiet bestaat. Dat zijn naam weer heeft gekregen van de 18de-eeuwse Franse geoloog Déodat de Dolomieu die ontdekte dat het gesteente geen kalk was (calciumcarbonaat) zoals een groot deel van de Alpen, maar een andere steensoort. En wel calcium-magnesiumcarbonaat. Goed te herkennen door er een oplossing van 10% zoutzuur op te druppelen. Bij kalk begint het direct te bruisen, op dolomiet gebeurt er niets.

En hoewel de Dolomieten er absoluut anders uitzien dan de rest van de Alpen, behoren ze wel tot de Alpen. Het gehele Alpengebied is ontstaan door het botsen van de Afrikaanse plaat op de Euraziatische plaat. Waarbij de botslijn (de periadriatische lijn) van de platen dwars door de Dolomieten lopen en wij in het Villnösstal op de Afrikaanse plaat blijken te staan. Interessant dat geologie en platen zich niets aantrekken van onze landsgrenzen 🙂

Blijken we toch in Afrika te staan...

We eindigen deze module met een geologie excursie. Ik zal jullie daar verder niet mee vermoeien. Al is het maar omdat ik me nog niet zo zeker voel met al die steenlagen die we gezien hebben. Bozner porphyr, Brixener Quarzphyllit, Bellerophon, Contrin, Hauptdolomit, Grödener Sandstein, ... Ik weet het allemaal niet meer 🙁 Gelukkig pas in november examen!

En dan zit het er na 4 dagen weer op. Helaas terug naar Nederland, maar gelukkig staat de volgende module alweer gepland voor over 3 weken. We lopen dan 3 dagen vanuit de Zufallhütte in het Martelltal. Met als thema: 'leiten und führen'. En volgende week... de eerste les Italiaans. Want de opleiding is dan wel in het Duits, maar de Dolomieten liggen voor de helft in Trentino. En (echte) Italianen spreken alleen Italiaans!